Vaccinatie paarden

Vaccinatie paarden/pony’s en ezels:

Tetanus, in de volksmond ook wel “klem” genoemd, is een ziekte die veroorzaakt wordt door een bacterie (Clostridium). Deze bacterie komt overal in de bodem voor. Wanneer de bacterie in een wond terecht komt en de omstandigheden optimaal zijn, kan de bacterie aanslaan. De bacterie produceert het tetanustoxine, dat via de bloedbaan door het hele lichaam van het paard verspreid wordt. Het toxine bindt zich op zenuwen, waardoor de spieren die zij bezenuwen in een kramp schieten. De eerste spieren die vaak aangetast worden zijn de kaakspieren, vandaar de naam “klem”.

Het paard is erg gevoelig voor tetanus. De afloop is vaak slecht, want maar een enkel dier overleeft de infectie. Daarom is het zeer belangrijk om uw paard, pony of ezel in te enten tegen tetanus. Tetanus wordt vaak in een combinatievaccin met influenza gegeven. Wanneer het dier voor het eerst gevaccineerd wordt, dient de enting na 3 weken herhaald te worden. Daarna is het voor tetanus voldoende om eens per 3 jaar de enting te herhalen.

 

Influenza, paardengriep, wordt net als bij de mens veroorzaakt door een virus. Er bestaan meerdere varianten van het griepvirus. Fabrikanten van griepvaccins passen daarom de stammen die zij in het vaccin stoppen geregeld aan, afhankelijk van het heersende virustype. De basisvaccinatie bestaat uit 2 entingen met 3 weken tussentijd. Er wordt dan vaak geënt met een combinatievaccin influenza-tetanus. Na de basisvaccinatie dient de enting telkens binnen het jaar herhaald te worden. Er bestaat ook een los vaccin tegen influenza, zonder tetanus.

Vaccinatie tegen influenza is verplicht wanneer u mee wilt doen aan wedstrijden. Uw vaccinatieboekje kan op een wedstrijd steekproefsgewijs opgevraagd worden ter controle van de entingen. Deze mogen dan niet ouder zijn dan een jaar! Ook wordt er gelet op de basisvaccinatie én of er nergens een jaar is overgeslagen/te laat is geënt. Indien dit wel het geval is, dient de basisvaccinatie herhaald te worden.

 

Rhinopneumonie is een virusziekte die veroorzaakt wordt door het equine herpes virus type 1 en 4 (EHV1 en EHV4). Dit virus kan drie hoofdsymptomen geven. Ten eerste longontsteking/luchtweginfecties. Ten tweede abortus bij een drachtige merrie en ten derde de neurologische vorm. Rhinopneumonie gaat echt gepaard met uitbraken. Plots duikt het virus ergens op en slaat het flink in de rondte in een bepaalde streek. Als het virus in een stal komt, dan is de infectiedruk vaak meteen zo hoog dat het grootste deel van de stal ziekte zal vertonen.

Valt dit te voorkomen met vaccinatie? Ja, tegen de luchtweginfecties voor een groot deel. Het vaccin helpt, maar niet voor 100%. Dieren die gevaccineerd zijn kunnen nog wel ziekte vertonen, maar de symptomen blijven veelal beperkt tot een verkoudheid. Ongevaccineerde dieren kunnen zeer zwaar longontsteking krijgen, die in een enkele keer fataal afloopt. Vaccineren helpt alleen als dit zeer gestructureerd gebeurt. Dat wil zeggen;

  • Een basisvaccinatie, twee maal met 4 a 6 weken tussentijd.
  • Daarna iedere 6 maanden herhalen.
  • Alle dieren in de stal vaccineren.

Indien niet alle dieren gevaccineerd worden in een stal, kan de virusuitscheiding door de ongevaccineerde paarden zo groot zijn, dat de gevaccineerde dieren toch ziek worden. De infectiedruk moet dus in de hele stal laag gehouden worden. Om drachtige merries te behoeden voor abortus, dienen zij op 3, 5, 7 en 9 maanden dracht gevaccineerd te worden. Voorkom contact van drachtige merries met jonge dieren. Het vaccin helpt helaas slechts voor een deel tegen deze vorm van het virus. Het vaccin helpt helaas niet tegen de gevaarlijke neurologische vorm.

 

West Nijl Virus (WNV) is een exotische ziekte, die tot nu toe gelukkig niet voorkomt in Noordwest Europa. De ziekte is al wel aan de zuidkant van de Alpen, voornamelijk in Italië,  Slovenië en recentelijk in Kroatië geconstateerd. De ziekte gaat gepaard met zeer zware zenuwsymptomen, die in meer dan 70% van de gevallen fataal afloopt. Het virus wordt NIET van paard naar paard overgedragen. Het virus wordt namelijk overgedragen door stekende insecten (tussengastheer). Vogels zijn het natuurlijke reservoir; zij dragen het virus bij zich, zonder er ziek van te worden. Het insect steekt de besmette vogel en daarna het paard, waardoor de ziekte wordt overgedragen. De ziekte is gelukkig nog niet in Nederland gesignaleerd, maar veel virologen zijn er van overtuigd dat het een kwestie van tijd is tot de eerste gevallen gemeld worden. Wanneer dit zal zijn, weet niemand. Spannende periodes zijn altijd de grote vogeltrek. Op die manier kan het virus vanuit Noord Afrika of Italië gemakkelijk naar Noord Europa gebracht worden. De tussengastheer (een soort knut) is al een geruime tijd aanwezig in Nederland…

Vaccineren helpt zéér goed. De fabrikant durft zelfs bijna 100% in de mond te nemen. De basisvaccinatie bestaat uit 2 entingen met 4 weken tussentijd. Daarna dient de enting jaarlijks herhaald te worden.