Paardenpaspoort, chip en registratie geneesmiddelen

Verplichte registratie geneesmiddelengebruik bij paarden.

In Nederland wordt ieder paard (of pony) gezien als een “potentieel” slachtdier. Om de voedselveiligheid van ons vlees te kunnen garanderen, zijn er sinds een aantal jaren verplichtingen aan het houden van paarden. Zo moet ieder dier gechipt, geregistreerd en in het bezit zijn van een paspoort dat voorzien is van een hoofdstuk “medische behandelingen”.

Door de recentelijke schandalen rondom paardenvlees, worden de controle’s op deze wetgeving opgevoerd.

Waarom een verplicht paspoort en chip?

In een paardenpaspoort is  een hoofdstuk (of inlegvel als bijlage) “medische behandelingen” opgenomen. In dit hoofdstuk kan de eigenaar aangeven of hij/zij het dier wil uitsluiten voor de slacht (de zgn. niet voedselproducerende paarden; nvp-paard). Als een paard een nvp-paard is, mag het nóóit meer geslacht worden. Deze aantekening is dus onomkeerbaar! Er kan uiteraard ook gekozen worden om het dier voorlopig niet uit te sluiten voor de slacht (de zgn. voedselproducerende paarden; vp-paard). Een vp-paard kan te allen tijde een nvp-paard worden, door het paspoort af te tekenen.

Wat is het verschil tussen een nvp- en een vp-paard?

Een eigenaar van een vp-paard is verplicht om bij te houden met welke medicijnen het dier wordt behandeld. Dit wordt het logboek genoemd. Een vp-paard mag enkel behandeld worden met medicijnen waarvoor een wachttijd voor paarden is bepaald. De wachttijd is de minimale tijd die er moet zitten tussen de laatste behandeling met het geneesmiddel en het slachten. Voor lang niet alle medicijnen is deze wachttijd  bepaald. De vp-dieren kunnen dus niet met alle medicijnen behandeld worden.

De regels voor een nvp-paard zijn soepeler. Hiervoor gelden de logboekregels niet en deze dieren mogen wel behandeld worden met medicijnen waar geen wachttijd voor bepaald is.

Voor ons als dierenarts betekent dit dat bepaalde medicijnen in het paspoort genoteerd moeten worden en dat we bij een vp-paard sterk beperkt worden in het gebruik van medicijnen. Een voorbeeld: Bij de behandeling van hoefbevangenheid wordt de ontstekingsremmer Metacam ingezet. Indien dit onvoldoende blijkt te werken, willen we graag het sterkere Fenylbutazon gebruiken. Dit laatste mag alléén bij een nvp-paard. Indien we toch Fenylbutazon bij een vp-paard willen voorschrijven, moet het paard dus uitgesloten worden voor de slacht. Op dat moment moeten we dit in het paspoort aftekenen; het paard wordt voor altijd een nvp-paard.

Het komende jaar zal de NVWA opnieuw controles uit gaan voeren bij paardenpraktijken en bij paardeneigenaren thuis betreffende het correct gebruik van het paardenpaspoort en de registratie van geneesmiddelen.

Dierenartsenpraktijk Steenbergen wil graag zijn verantwoordelijkheid nemen en vraagt u daarom het paardenpaspoort mee te brengen bij een consult van uw paard of pony. Heeft uw paard of pony geen paspoort of chip, dan raden wij u aan contact met ons op te nemen.

Voor overige informatie: http://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/dieren-houden/identificatie-en-registratie-vee/paarden/regelgeving