Plasproblemen bij de kat

Verstopping van de plasbuis bij de kater:

Dit is een veel voorkomend probleem bij katers. Ze worden ook wel “plaskaters” genoemd. Door gruis en/of stenen in de urine raakt de plasbuis verstopt. Hierdoor kan de kater niet meer plassen. De blaas raakt zeer vol en kan in een later stadium zelfs klappen. Ook kunnen de nieren blokkeren. We zien deze problemen vooral bij te dikke, gecastreerde katers. Ze komen meer voor in de wintermaanden, wanneer de kat het minst actief is.

U herkent een plaskater aan de volgende symptomen:

  • Langdurig op de kattenbak zitten persen, zonder dat er urine komt.
  • Miauwen van de pijn.
  • Niet meer willen eten en drinken.

Wanneer u deze symptomen ziet, dient u direct contact op te nemen met uw dierenarts. Een plaskater is altijd een spoedgeval!

Voorkomen is natuurlijk beter. Voorkom zwaarlijvigheid en stimuleer beweging en drinken. Vaak is een aangepast dieet noodzakelijk. Tevens helpen de hieronder genoemde aandachtspunten ook om (herhaling van) een plaskater te voorkomen.

 

Andere plasproblemen bij de kat:

Blaas en plasproblemen komen bij katten zeer frequent voor. De meest voorkomende symptomen van katten met blaasproblemen zijn:

  • Naast de bak plassen.
  • Vaker kleine plasjes doen.
  • Langdurig persen en op de bak zitten, vaak zonder resultaat.
  • Pijnuitingen, zoals miauwen tijdens het plassen.
  • Bloed bij de urine.

 De belangrijkste oorzaken zijn van plasproblemen zijn:

  • Feline Ideopathische Cystitis (veroorzaakt door stress): onderzoek heeft aangetoond dat stress een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van dit type blaasontsteking. Stress is bij de kat echter niet altijd duidelijk herkenbaar. Verder komt dit type blaasontsteking vaker voor bij katten die hun leefomgeving moeten delen met andere katten.
  • Zwaarlijvigheid in combinatie met onvoldoende lichaamsbeweging.
  • Blaasgruis en/of blaasstenen.
  • Minder vaak voorkomende oorzaken zijn bacteriële infecties en tumoren. Deze worden vooral bij oudere katten aangetroffen en bij katten die tevens andere problemen hebben.

Om de diagnose te kunnen stellen dient de kat grondig lichamelijk onderzocht te worden. Tevens is het van groot belang dat de urine van de kat wordt nagekeken op bloed, ontstekingscellen en blaasgruis. Hiervoor brengt u de urine het liefst binnen enkele uren na opvangen naar de praktijk. In de tussentijd bewaart u de urine het beste in de koelkast. Er bestaan speciale plastic kattenbakkorrels waarmee u gemakkelijk de urine kunt verzamelen.

Nadat de diagnose is gesteld, dient er een behandelplan opgesteld te worden. Dit plan omvat maatregelen om de acute klachten te verminderen, maar ook maatregelen om herhaling te voorkomen. Wanneer er sprake is van blaasgruis of –stenen, dienen deze opgelost te worden met behulp van speciale voeders. Deze zorgen ervoor dat de zuurtegraad van de urine neutraal of zuur wordt, waardoor het gruis niet meer zal worden gevormd.

Aandachtspunten om herhaling te voorkomen:

1. Verhoog de wateropname van de kat, zodat de blaas beter gespoeld wordt:

  • Zorg dagelijks voor een schone drinkbak met vers water dat altijd beschikbaar is.
  • U kunt het water lekkerder maken door een stukje vis of vlees (of kooknat hiervan) als ijsklontjes in te vriezen en deze dagelijks in de waterbak te leggen.
  • Katten die natvoer eten, nemen in totaal meer water op dan katten die droge brokjes eten.

2. Stimuleer zoveel mogelijk lichaamsbeweging.

3. Maak het “naar de bak gaan” zo aantrekkelijk mogelijk:

  • Plaats bij voorkeur minimaal 1 kattenbak per verdieping en 1 kattenbak meer dan het aantal katten dat u hebt.
  • Zorg altijd voor een schone bak!
  • Zet de voer- en waterbakjes niet in de buurt van de kattenbak.