IBR

Wat is IBR?
IBR staat voor infectieuze bovine rhinotracheïtis, in de volksmond beter bekend als koeiengriep. IBR komt in Nederland zeer veel voor. Helaas zien we dat het percentage besmette bedrijven en het aantal acute uitbraken toeneemt. Naar schatting komt IBR op 24% van de bedrijven voor!

Problemen met IBR zie je duidelijk bij acute uitbraken op IBR-vrije bedrijven. Veel dieren worden ziek. Maar ook op niet-vrije bedrijven maakt IBR ongezien heel veel schade door het onderdrukken van de weerstand, productiedalingen en vruchtbaarheidsproblemen.

IBR wordt veroorzaakt door een Herpesvirus. Dit is een zeer besmettelijk virus, dat wordt overgedragen door direct contact. Het wordt van koe naar koe overgedragen via direct neuscontact of via verwerpers. IBR kan op een bedrijf binnenkomen door aankoop van een dier, via draadcontact met buurtvee en via bezoekers. Iets wat alle Herpesvirussen gemeen hebben, is dat wanneer een dier (of de mens) eenmaal besmet is, het dier levenslang drager blijft van het virus. Wanneer de afweer van zo’n drager daalt, bijvoorbeeld bij ziekte of door afkalf-stress, dan wordt het virus weer actief en wordt het weer uitgescheiden. Op die manier kan het virus heel lang in een koppel aanwezig blijven.

Wat zijn de symptomen?
Hierbij moeten we een onderscheid maken tussen een IBR-vrij bedrijf met een acute uitbraak en een langdurig IBR-besmet bedrijf.

Een acute IBR uitbraak op een daarvoor IBR-vrij bedrijf (dieren hebben geen weerstand tegen het virus), gaat vaak gepaard met een heel scala aan klachten. De dieren zijn echt ziek. De symptomen die kunnen voorkomen zijn: hoesten, niezen, neusuitvloei, traanogen, rode neusslijmvliezen, (zware) productiedalingen, koorts. Soms ook verwerpers, diarree en in een enkel geval sterfte.

Bij een chronische IBR besmetting zijn de symptomen alles behalve duidelijk. Veelal “gaat het niet zo lekker” op het bedrijf. Een situatie die jaren aan kan slepen, vaak met ups en downs. IBr heeft invloed op de volgende zaken:

  • Weerstand: IBR onderdrukt de weerstand van de koe, waardoor het gevoeliger wordt voor andere infecties. Denk aan mastitis, witvuilers, tussenklauwontsteking,… Ook slaan ingezette behandelingen minder goed aan. Ook zien we vaak ringworm bij het jongvee.
  • Vruchtbaarheid: deze is duidelijk verlaagd. Men ziet duidelijk meer verwerpers, een hoger inseminatiegetal, meer witvuilers en een slechte tochtigheid.
  • Voedereffeciëntie neemt met ca. 4% af, een vaak onderschat economisch probleem.
  • Productiedaling van de melkgift. De infectie vreet veel energie waardoor de melkgift daalt en vooral het eiwitgehalte van de melk zakt.

De conclusie is duidelijk: IBR brengt veel kosten met zich mee en ondermijnt het werkplezier enorm. Het doel zou moeten zijn vrij te raken van IBR, hierdoor wordt veel schade (zowel ziekte als kosten) voorkomen.

Is mijn bedrijf besmet?
Een IBR-vrij bedrijf wordt gemonitord door het onderzoeken van de tankmelk en door bloedonderzoek na verwerpen. Wanneer het virus wordt aangetoond, is er insleep geweest van buitenaf. Dan moet men ook de tankmelk laten onderzoeken of direct starten met vaccineren. Bij een acute uitbraak kan IBR ook aangetoond worden met een neusswab. Het virus wordt dan immers massaal uitgescheiden. Ook in een verworpen vrucht kan het virus dan rechtstreeks aangetoond worden.

Het aantonen van een chronische IBR-besmetting op een bedrijf gaat als volgt: Tankmelkonderzoek; indien deze positief is, dan kunnen we ervan uit gaan dat >10% van het koppel besmet is. Indien de tank negatief is, dan is minder dan 10% van het koppel besmet. In dat geval kan men er voor kiezen om de tank te blijven bemonsteren of om individueel bloedonderzoek te doen om de status IBR-vrij te krijgen. Ook kan men er voor kiezen om te vaccineren. De keuze van strategie is afhankelijk van het voor ogen hebbende doel.

Opvolging op IBR-vrije bedrijven gebeurd door tankmelkonderzoek en bloedonderzoek bij verwerpers.

Hoe moeten we IBR bestrijden?
Om IBR vrij te raken, dient er in eerste instantie gevaccineerd te worden. Alle dieren > 3 maanden dienen 2x per jaar gevaccineerd te worden. Hierdoor ontstaat er een goede afweer in het koppel. Gevaccineerde dieren zijn immuun voor een nieuwe besmetting en kunnen dan geen drager meer worden, omdat het virus niet aan kan slaan. Tevens hebben gevaccineerde dragers zodanig veel afweer door het vaccin, dat zijn bij een verminderde weerstand het virus niet uit gaan scheiden, terwijl dat bij een ongevaccineerde drager wél gebeurd.
Vervolgens dienen dragers van het virus opgespoord te worden d.m.v. individueel bloedonderzoek en bij positief resultaat afgevoerd te worden. Zo wordt het koppel IBR-vrij en wordt herbesmetten onmogelijk.

Vrij,… en nu?
Wanneer het bedrijf vrij is van IBR, wil je natuurlijk voorkomen dat het bedrijf herbesmet wordt. Strikt opvolgen van bedrijfskledij door bezoekers, een gesloten bedrijfsvoering (geen aankoop), voorkomen van draadcontact met buurtvee, bezoek aan shows en keuringen, instrumenten die ook elders gebruikt worden,…. er is een hele lijst van risicofactoren op te sommen.  Indien deze factoren op het bedrijf niet in de hand gehouden kunnen worden, is het zeer aan te raden om toch te vaccineren. Zo voorkom je bij insleep dat de hele stal ziek wordt. En wanneer er toch aanvoer van dieren plaats moet vinden, dient dit alleen te gebeuren van IBR-vrije bedrijven of vrij-geteste dieren.

Levert het de melkveehouder ook wat op? JA!
Het meest belangrijke hierbij is het werkplezier! Op een IBR-vrij bedrijf loopt alles beter; dieren tieren beter, worden minder ziek, staan minder aan de nageboorte, hebben minder mastitis, enz. Ook de dierenarts/medicijnkosten gaan daardoor enorm naar beneden.
Daarnaast levert het een flinke stijging van de voederconversie op. Deze is ca. 4%, wat bij een EJR van € 2100,- een rendementsverhoging van ca. € 85,- per koe per jaar opleverd. Ook geeft het een blijvende productiestijging van de melk. Je wint dus aan twee zijden.
Indien uw bedrijf dieren exporteert, zien ze uw vee veel liever komen dan niet IBR-vrij vee.